Authenticiteit overtuigt het meest op een zitting

In juni namen de advocaat-stagiairs van cohort 2 deel aan integratieve dag 1. Dat is een toets in de vorm van een mootcourt waarin de advocaat-stagiair aan de hand van een door hem of haar voorbereid praktijkdossier optreedt tijdens de mondelinge behandeling ter zitting. De advocaat-stagiair wordt beoordeeld door twee beoordelaars. Bij Bestuursrecht en Privaatrecht hebben de beoordelaars de rol van rechter en bij Strafrecht heeft één beoordelaar de rol van de rechter en de ander de rol van officier van justitie. We spraken drie beoordelaars over hun ervaringen met het mootcourt: Rosa Hermans (Privaatrecht), Igo Nijenhuis (Privaatrecht en Bestuursrecht) en Vincent Wolting (Strafrecht). Ook delen ze waardevolle tips.

Het mootcourt is een zitting, maar ook een toets, hoe benaderen jullie dat als beoordelaar?

Rosa Hermans is rechter, zij benadert de mootcourts op dezelfde manier als een zitting. ‘Dat vind ik ook het leuke van deze toetsvorm: er is een casus waarover ik vragen kan stellen en vervolgens kun je die aan de hand van de antwoorden van de advocaat-stagiairs verder uitdiepen. Je houdt natuurlijk in je achterhoofd dat het een toets is, dus in die zin ben ik niet zozeer bezig met de vraag of ze het goede antwoord geven, maar let ik meer op hoe iemand reageert en op de zittingshouding.’ Juridisch adviseur en voormalig advocaat Igo Nijenhuis gebruikt de casus als vehikel om het gesprek op de zitting op gang te krijgen. ‘Dat maakt ook dat je bij de ene advocaat-stagiair andere vragen stelt dan bij de andere, want die zijn afhankelijk van de insteek die de advocaat-stagiair kiest. Daarmee wil ik ze prikkelen en uitdagen.’

Ook bij Strafrecht verlopen de mootcourts als een echte zitting. Rechter Vincent Wolting vervulde daarin bij de helft van de mootcourts die hij heeft beoordeeld de rol van rechter en bij de andere helft de rol van officier van justitie. Hij merkt wel een groot verschil tussen beide rollen. ‘De rol van officier van justitie is intensiever omdat je in de tweede termijn inhoudelijk moet reageren op wat de advocaat-stagiair heeft aangevoerd. Daarmee wil je beoordelen hoe goed een advocaat-stagiair echt is. Zeker als het in de eerste termijn minder goed is gegaan, kun je ze dan nog een kans geven.’ Hij ziet overigens ook duidelijke verschillen in die termijnen. ‘Het komt voor dat een advocaat-stagiair een goed optreden had in de eerste termijn, maar in de tweede termijn beduidend minder, en omgekeerd. Dan bleek dat die advocaat-stagiair toch prima kon improviseren.’

Alle beoordelaars benadrukken dat ze met name letten op de indruk die iemand achterlaat. Dus minder op de vraag of de advocaat-stagiairs juridisch het goede antwoord geven. Maar Igo Nijenhuis geeft wel ook aan dat het optreden ter zitting meer is dan alleen goed presenteren: ‘Je bent geen verkoper van emoties, het gaat uiteindelijk wel om de juridische argumenten.’

Merken jullie dat de advocaat-stagiairs gespannen zijn en hoe gaan jullie daarmee om?

Vincent Wolting: ‘Iedereen had wel enige vorm van stress, en dat is ook logisch want het gaat om een toets. Maar de mate van stress was wisselend. Ik probeer de verwachtingen van het mootcourt te managen door uit te leggen hoe het verloopt. Daar hoort ook bij dat de advocaat-stagiairs aan het einde een top en een tip krijgen. Het is belangrijk om te weten dat dat nog niet de einduitslag is, want die volgt later.’

Ook Rosa Hermans zag advocaat-stagiairs die erg zenuwachtig waren. Haar ervaring is dat dat geen invloed hoeft te hebben op de zitting. ‘Ik was bij sommige advocaat-stagiairs echt onder de indruk van hun optreden, ondanks dat ik duidelijk zag dat ze zenuwachtig waren. Zij hielden zich goed staande op de zitting en wisten de vragen goed te beantwoorden. En dat is het belangrijkste, want die zenuwen raak je op den duur wel kwijt als je vaker een zitting hebt gedaan, maar dat wat je nu al laat zien wat je kunt, dat kan alleen maar beter worden met meer ervaring.’ Andere advocaat-stagiairs proberen hun zenuwen wat te verbergen door veel zelfvertrouwen uit te stralen, maar daar schuilt ook een gevaar in aldus Rosa Hermans. ‘Als je denkt dat je zelfvertrouwen moet uitstralen, dan kan dat ook arrogant overkomen. Het is de uitdaging om daarin de balans te vinden.’

Igo Nijenhuis: ‘Het gaat erom in hoeverre je in staat bent om met de stress van een zitting om te gaan en daarin je eigen geluid te laten horen. Dat kun je alleen maar ontdekken door het uit te proberen. En voor iedereen geldt: voorbereiding is alles, dat is de enige manier om goed om te gaan met zenuwen.

Hebben advocaat-stagiairs jullie verrast met hun optreden tijdens de mootcourts?

Dat blijkt voor alle beoordelaars te gelden. ‘Een aantal kandidaten heeft me absoluut positief verrast’, vertelt Igo Nijenhuis. ‘Als je na een jaar beroepsopleiding een zaak al zo in de vingers kunt hebben en zowel de juridische inhoud als de feiten in het dossier paraat hebt en daarmee kunt improviseren, dan ben je al een heel complete pleiter.’ Vincent Wolting heeft dezelfde ervaring: ‘Een aantal advocaat-stagiairs kun je nu al met alle vertrouwen zelfstandig naar een zitting laten gaan.’ Rosa Hermans noemt als voorbeeld de advocaat-stagiair die een goede interactie met haar medebeoordelaar had doordat ze goed observeerde wat er tijdens de zitting gebeurde. ‘Zij wilde haar verhaal vertellen, zag dat de beoordelaar een vraag had, en liet vervolgens eerst die vraag stellen voordat zij verder ging met het bepleiten van haar zaak.’ En een enkele advocaat-stagiair verraste haar ook door de kern van de zaak er duidelijk uit te lichten en daarop door te gaan; want daarvoor is je toelichting op zitting ook bedoeld’.

Na afloop van de zitting geven jullie de advocaat-stagiairs een top en een tip. Welke algemene tops en tips hebben jullie voor de advocaat-stagiairs?

Rosa Hermans: ‘Je overtuigt het beste door op een natuurlijke wijze je argumenten weer te geven. Misschien ben je onder de indruk van iemand waarvan je een zitting hebt bijgewoond en wil je dat op eenzelfde manier doen, maar realiseer je dat je een zitting alleen maar op je eigen manier kunt doen, je kunt het niet nadoen.’ Igo Nijenhuis beaamt dat: ‘Authenticiteit overtuigt het meest.’

Vincent Wolting geeft als tip mee dat het belangrijk is om de toon die je aanslaat af te stemmen op de rechter. ‘Het is niet in elke zaak nodig om stevig in te zetten, dat moet wel functioneel zijn. Pik daarom signalen van de rechter op en stem daarop je verhaal af.’ Igo Nijenhuis merkt in dit kader op dat wat een cliënt als een goed optreden ter zitting beschouwt, vaak niet strookt met wat juridische professionals als een goed optreden ter zitting beschouwen. ‘Relativeer daarom op tijd, zowel de positie van je cliënt als je eigen positie. Probeer lucht te creëren door af en toe ook wat humor te gebruiken. Zaken zijn zelden zwart of wit, dat moet je als goede advocaat onderkennen.’

‘Realiseer je ook dat het je als advocaat sympathieker maakt als je laat blijken dat je cliënt ook niet zo handig is geweest’ merkt Rosa Hermans op. ‘Op een zitting zie je dan vaak ontspanning ontstaan bij de andere partij. Dat is anders als je het handelen van jouw cliënt probeert te bagatelliseren. Daarom, als het geen afbreuk doet aan de kracht van jouw argumenten, toon dan begrip voor de wederpartij. Als wij advocaten vaker terugzien op de rechtbank en we hebben goede ervaringen met die advocaat omdat het een goed jurist is die de belangen van de cliënt goed naar voren brengt zonder te overdrijven en goede argumenten heeft, dan merk je dat je die advocaat ook meer ruimte geeft. De credits die je zo opbouwt bij de rechtbank zijn dus zeker ook in het belang van jouw cliënt.’

‘Zorg er ook voor dat je goed voorbereid bent op wat er tijdens een zitting kan gebeuren’, noemt Vincent Wolting. ‘Sommige advocaat-stagiairs vonden het bijvoorbeeld lastig om te reageren op een verzoek van de officier van justitie om de tenlastelegging te wijzigingen of op de vraag of een bepaalde getuige nog gehoord moet worden.’ Igo Nijenhuis heeft een soortgelijke tip: ‘Zorg dat je de casus voldoende problematiseert voor jezelf, denk nog twee stappen verder en bereid je daarop voor. En houd de regie over jouw zaak. Heb je de indruk dat de rechter op een ander spoor zit dan jij, dan moet je dat wel aangeven.’ Een belangrijke tip van Rosa Hermans is nog dat je in de eerste termijn alles moet zeggen wat je kwijt wilt. ‘Want als de wederpartij niet repliceert, dan heb je ook geen recht op dupliek. Advocaten vergeten dat nog wel eens.‘

 

 

 

Terug naar overzicht

Aanbevolen artikelen